Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (de SVB), verweerder.
Inleiding
Feiten en omstandigheden
Beoordeling door de rechtbank
alleinkomsten naast het AOW is gevraagd. De stelling van eiser dat in het aanvraagformulier niet is gevraagd of er sprake is van (een jaarlijks fluctuerend) inkomen uit een bedrijf kan daarom niet worden gevolgd. Ook na de toekenning van het AOW-pensioen en de toeslag heeft eiser niet doorgegeven dat hij en zijn partner een gezamenlijk inkomen hebben dat ruim hoger ligt dan dat hij in zijn aanvraag had vermeld. Hij is in ieder geval bij besluit van 20 augustus 2013 en bij brief van 11 november 2014 op zijn informatieplicht gewezen. Hij had kunnen weten dat zijn inkomen van belang was voor het recht op de AOW-toeslag en had het volledige inkomen daarom uit eigen beweging moeten melden aan de SVB. De hoogte van de toeslag is immers (mede) afhankelijk van het gezamenlijk inkomen van hem en zijn partner. Eisers standpunt dat de SVB zijn inkomenspositie kan achterhalen bij de Belastingdienst, ontslaat hem niet van zijn informatieplicht.