Uitspraak
19 2075 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 25 augustus 2017.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2013 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding en een onderzoek van de sociale rechercheur stelde het college vast dat appellant inkomsten uit online gokactiviteiten niet had gemeld en dat hij langer dan toegestaan in het buitenland verbleef.
Het college herzag en trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde terugbetaling van €5.092,88 wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gokopbrengsten als inkomen moeten worden aangemerkt zonder verrekening van de gemaakte gokkosten, dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant langer dan 28 dagen in het buitenland verbleef en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en dringende redenen faalde.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en intrekking van bijstand wegens niet gemelde gokinkomsten en langer verblijf in het buitenland.