Uitspraak
20.107 WMO15
OVERWEGINGEN
De leden van de fractie van de VVD vragen zich af of het begrip <
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bekend met retrocochleaire pathologie en een autismespectrumstoornis, vroeg het college van Heerlen om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Het college weigerde deze omdat appellant niet als ingezetene van Heerlen werd beschouwd, aangezien hij niet daadwerkelijk in Heerlen woonde.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet als ingezetene van Nederland en Heerlen kan worden aangemerkt, conform de uitleg van de Hoge Raad. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad baseert zich op het feit dat appellant sinds 2011 in Heerlen staat ingeschreven, maar ook op een adres in Duitsland. Onderzoek door sociale recherche toonde aan dat appellant in de relevante periode niet in Heerlen verbleef, wat door appellant zelf werd erkend. Bij huisbezoeken werden geen persoonlijke eigendommen van appellant aangetroffen op het adres in Heerlen.
De Raad concludeert dat appellant niet voldoet aan het ingezetene-begrip zoals bedoeld in de Wmo 2015, dat vereist dat iemand daadwerkelijk woonplaats heeft in de gemeente. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen ingezetene is van Heerlen en wijst het hoger beroep af.