ECLI:NL:CRVB:2021:314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding
Appellant was sinds 13 februari 2004 werkzaam als [functie 1] bij de Stichting en diende na beëindiging van het dienstverband een aanvraag in voor een WW-uitkering. Het UWV wees deze aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat er sprake was van een gezagsverhouding, een vereiste voor het aannemen van een dienstbetrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en motiveerde dat uit de arbeidsovereenkomst en overige stukken onvoldoende aanwijzingen blijken dat de Stichting inhoudelijk zeggenschap had over de uitvoering van het werk van appellant. Ook eerdere uitspraken van kantonrechter en gerechtshof gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de WW-uitkering. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WW-uitkering toekomt wegens ontbreken van een gezagsverhouding.