ECLI:NL:CRVB:2021:3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onjuiste vaststelling dagloon door onterecht loon tijdens stage
Appellant ontving tijdens zijn stage bij een stichting een vergoeding die het UWV als loon aanmerkte bij de berekening van zijn dagloon voor een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de stage voornamelijk meelopen betrof zonder zelfstandige werkzaamheden en dat de vergoeding een onkostenvergoeding was, geen loon.
Hierdoor ontving appellant in het eerste aangiftetijdvak van de referteperiode geen loon in de zin van het Dagloonbesluit, waardoor artikel 18 van Pro dat besluit van toepassing is. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het UWV-besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 december 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet het dagloon opnieuw berekenen zonder de stagevergoeding als loon mee te rekenen.