Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
J.D. Streefkerk als leden, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving tijdens een stage bij een bedrijf een lage vergoeding van €200 bruto per maand. Het UWV had deze inkomsten meegenomen in de berekening van het dagloon voor de WIA-uitkering, omdat het een fictieve dienstbetrekking betrof. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat de stagevergoeding onder het minimumloon lag en er expliciet was afgesproken dat geen arbeidsovereenkomst bestond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat de stage wel degelijk een fictieve dienstbetrekking is zoals bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, omdat betrokkene vakbekwaamheid verwerft en een beloning ontvangt die niet uitsluitend uit onderricht bestaat. De stagevergoeding is loon in de zin van het Dagloonbesluit en moet daarom worden meegenomen in de dagloonberekening.
De Raad baseerde zich op de inhoud van de stageovereenkomst, waarin onder meer loonheffing en sociale verzekeringspremies werden ingehouden, en op het feit dat betrokkene niet in het normale productieproces was opgenomen maar een leerprogramma volgde. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het UWV-besluit tot berekening van het WIA-dagloon wordt ongegrond verklaard en de stagevergoeding wordt als loon meegenomen.