ECLI:NL:CRVB:2021:344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid ex-werknemer
Appellante betwistte de aaneengesloten arbeidsongeschiktheid van haar ex-werknemer over de periode van 5 maart 2015 tot 4 februari 2017. De rechtbank had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, stellende dat de verzekeringsartsen voldoende hadden gemotiveerd dat de ex-werknemer ongeschikt was voor zijn maatgevende arbeid als heftruckchauffeur.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de rapporten van de verzekeringsartsen onvoldoende inzichtelijk en consistent zijn om het standpunt van doorlopende ongeschiktheid per 1 april 2016 te onderbouwen. De medische informatie uit het dossier, waaronder gegevens van de bedrijfsarts en longarts, ondersteunt niet dat de ex-werknemer op die datum reeds longklachten had die tot ongeschiktheid leidden.
De Raad stelt dat het UWV niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht zoals vereist in de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het bestreden besluit niet op een zorgvuldig onderzoek berust. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak en het besluit vernietigd, en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.