Appellant ontving bijstand van de gemeente Opsterland en stond ingeschreven op een adres binnen deze gemeente. Het college stelde dat appellant zijn woonplaats had verplaatst naar een andere gemeente en trok daarom de bijstand over een bepaalde periode in, met terugvordering van de kosten.
Het college baseerde dit op verklaringen, pin- en geldopnamegegevens en verbruiksgegevens van water, gas en elektriciteit. Appellant voerde aan dat hij weliswaar overdag bij een vriendin in een andere gemeente verbleef, maar 's avonds en 's nachts op het uitkeringsadres bleef wonen. Het college had onvoldoende onderzoek gedaan naar de wil van appellant om zijn woonplaats op te geven.
De Raad concludeerde dat de beschikbare gegevens onvoldoende waren om te oordelen dat appellant zijn woonplaats had verplaatst. Het lage verbruik van water en gas was verklaarbaar en het elektriciteitsverbruik was niet extreem laag. Het college had geen onderzoek gedaan naar andere relevante feiten zoals waar appellant zijn administratie en post ontving.
Daarom was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en berustte het niet op een voldoende feitelijke grondslag. De Raad vernietigde het besluit en herroept het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand. Tevens veroordeelde de Raad het college in de kosten van appellant.