ECLI:NL:CRVB:2021:632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde Wajong-uitkering na inkomsten uit eigen onderneming
Appellant ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering en werkt sinds 2013 als zelfstandig taxichauffeur met inkomsten uit eigen onderneming. Het UWV heeft op basis van fiscale gegevens over 2015 en 2016 vastgesteld dat appellant te veel Wajong-uitkering heeft ontvangen en heeft deze bedragen teruggevorderd.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellant tegen deze terugvorderingen ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat het UWV terecht de fiscale ondernemingsvrijstellingen heeft meegenomen bij de berekening van het inkomen. Appellant voerde aan dat het UWV onterecht niet uitging van de fiscaal belastbare winst, maar vermeerderd met ondernemersvrijstellingen, en dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien vanwege zijn psychische gesteldheid.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor de door appellant voorgestane berekeningswijze. Tevens is vastgesteld dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of psychische gevolgen heeft. Het verzoek om een onafhankelijke psychiater als deskundige is afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde Wajong-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.