ECLI:NL:CRVB:2021:656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens tijdelijke psychische beperkingen ex-werkneemster
De ex-werkneemster viel sinds 19 april 2012 uit voor haar werk als peuterleidster en kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een ziekmelding in oktober 2017 werd een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 57,6%. Later werd dit bij bezwaar verhoogd naar 100%, maar een IVA-uitkering werd geweigerd omdat de beperkingen niet duurzaam werden geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en volgde het medisch oordeel dat de depressie van de ex-werkneemster met behandeling zou kunnen verbeteren. Appellante stelde in hoger beroep dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die een fictieve FML zouden rechtvaardigen om duurzame beperkingen vast te stellen, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat op de datum in geding sprake was van een tijdelijke toename van beperkingen door een ernstige depressie en dat het niet mogelijk was om duurzaamheidscriteria toe te passen. De eerdere FML uit 2018 werd niet gehandhaafd, en de rechtbank had terecht de geschiktheid van functies op basis van die FML buiten beschouwing gelaten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de IVA-uitkering wegens tijdelijke psychische beperkingen.