ECLI:NL:CRVB:2021:686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, voormalig chauffeur van schoolkinderen, ontving sinds 2009 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid, die in 2011 werd voortgezet als loonaanvullingsuitkering. Na een herbeoordeling op verzoek van appellant heeft het UWV vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de uitkering per 18 mei 2017 beëindigd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond.
De medische beoordeling berustte op deskundige rapporten van een verzekeringsarts, psychiater en orthopedisch chirurg. Appellant stelde dat de psychiatrische expertise tekortschiet en dat zijn beperkingen onderschat zijn, met name vanwege een slaapstoornis, vermoeidheid en depressieve stoornis. Hij voerde ook aan dat het beginsel van equality of arms werd geschonden omdat hij niet zelf een verzekeringsarts kon inschakelen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten met medische stukken te onderbouwen. De ingebrachte stukken van behandelaars waren geschikt om twijfel te zaaien, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep had overtuigend gemotiveerd dat er geen aanleiding was voor verdere beperkingen of urenbeperking. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat het beroep van appellant geen aanleiding gaf tot het benoemen van onafhankelijke deskundigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het UWV en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.