Uitspraak
19 2159 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een alleenstaande met een koopwoning, ontving bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht berekende de woonlasten op basis van normbedragen van Stimulansz en legde een verhuisverplichting op omdat de woonlasten hoger waren dan de maximale huurgrens.
Appellante stelde dat het college maatwerk had moeten toepassen door haar feitelijke woonkosten te hanteren, die lager waren dan de maximale huurgrens, waardoor de verhuisverplichting onterecht zou zijn opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de kosten voor groot onderhoud in beginsel uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan en dat het college het buitenwettelijk begunstigend beleid op consistente wijze had toegepast. De normbedragen van Stimulansz zijn passend en weerspiegelen de omstandigheden van de woning. De verhuisverplichting is daarom terecht opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verhuisverplichting blijft van kracht.