ECLI:NL:CRVB:2021:901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die in 2011 werd afgewezen omdat hij op zijn zeventiende en achttiende meer dan 75% van het maatmaninkomen kon verdienen. Na diverse procedures werd vastgesteld dat de beoordeling volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet moest plaatsvinden. In 2016 diende appellant een herzieningsverzoek in, dat door het UWV werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe medische gegevens en feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de ingediende medische stukken geen nieuwe informatie bevatten over de situatie op de relevante leeftijd en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel nieuwe feiten waren en beriep zich op de duuraansprakenjurisprudentie.
De Raad oordeelde dat het herzieningsverzoek een herhaling was van de eerdere aanvraag en dat het UWV terecht het verzoek afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro. De ingediende medische rapporten waren niet nieuw en konden eerder zijn ingebracht. De duuraansprakenjurisprudentie werd besproken, maar de Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin deze vraag al was behandeld.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.