ECLI:NL:CRVB:2021:947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in bestuursrechtelijke zaak
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot wraking ingediend tegen de behandelend rechter in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was, onder meer vanwege kritische vragen en het niet voorlezen van een passage uit een uitspraak.
De Raad overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De door verzoekster genoemde voorbeelden, zoals kritische vragen over reserveringsruimte en het zelf lezen van een aangehaalde uitspraak, zijn normale rechterlijke gedragingen en vormen geen grond voor wraking.
De Raad concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en wees het wrakingsverzoek af. Ook werden geen proceskosten opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 april 2021.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.