ECLI:NL:CRVB:2022:1015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urenbeperking en recht op ziekengeld na busongeval
Appellante, laatstelijk werkzaam als activiteitenbegeleidster, meldde zich ziek na een busongeval met diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. Na bezwaar en beroep werden de beperkingen medisch en arbeidskundig opnieuw beoordeeld, waarbij geen urenbeperking werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van functies voldoende had gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat er sprake was van trillingsbelasting in haar functie, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, bevestigde dat de FML en de functiebeschrijvingen juist waren toegepast en dat de urenbeperking niet gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld en geen urenbeperking geldt.