ECLI:NL:CRVB:2022:108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.T.H. Zimmerman
- E.J. Otten
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens impasse in samenwerking met toekenning ontslagvergoeding
Appellant was sinds 2007 werkzaam als [functie] bij de gemeente en ondervond vanaf 2015 toenemende spanningen in werkrelaties, wat leidde tot een impasse met het college. Na diverse gesprekken, een mediatortraject en een functioneringsgesprek, werd appellant geschorst en uiteindelijk ontslagen per 15 juni 2019 op grond van het ontstaan van een impasse.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college een overwegend aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van de impasse, geschat tussen 65% en 80%. Daarom werd een ontslagvergoeding toegekend, berekend op basis van het bruto maandsalaris en dienstjaren met een factor 0,75.
Het verzoek om schadevergoeding wegens reputatieschade werd afgewezen, omdat de gedeeltelijke vernietiging van het besluit en de erkenning van het aandeel van het college voldoende compensatie boden. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant, terwijl het verzoek tot een volledige proceskostenvergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Ontslag bevestigd wegens impasse met toekenning van ontslagvergoeding aan appellant.