ECLI:NL:CRVB:2022:1204
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechters in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland in een zaak tegen de Sociale verzekeringsbank (Svb). Tijdens de zitting op 8 april 2022 werd het onderzoek gesloten nadat verzoeker zijn hogerberoepschrift had toegelicht. Verzoeker diende een brief in met het verzoek om een nieuwe zitting om aanvullende toelichting en getuigen te kunnen presenteren, maar dit werd afgewezen.
Vervolgens verzocht verzoeker om wraking van de behandelend rechters, stellende dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten toe te lichten en te reageren op opmerkingen van de gemachtigde van de Svb. De Raad heeft overwogen dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid van de rechters, wat hier niet het geval was.
De Raad benadrukte dat procedurele beslissingen, zoals het sluiten en niet heropenen van het onderzoek, geen grond voor wraking kunnen zijn. Ook de motivering van dergelijke beslissingen kan niet worden aangemerkt als vooringenomenheid tenzij deze objectief als zodanig moet worden begrepen, wat hier niet aan de orde was.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2022.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechters wordt afgewezen.