ECLI:NL:CRVB:2022:1475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten ondanks gokverslaving
Appellant ontving bijstand sinds maart 2018 en gaf tijdens de aanvraag aan dat hij gokverslaafd was, maar niet meer gokte. Later bleek uit bankafschriften en een onderzoek dat hij tussen mei en juli 2018 toch gokactiviteiten verrichtte zonder dit te melden aan het college.
Het college trok de bijstand over die periode in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij geen verwijt treft vanwege zijn gokverslaving en dat hij geen winst behaalde omdat hij de gewonnen punten direct weer inzette.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat het niet melden van gokactiviteiten een schending vormt, ongeacht verwijtbaarheid. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij recht had op bijstand als hij wel had gemeld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.