ECLI:NL:CRVB:2022:1745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening persoonsgebonden budget wegens te late indiening
Appellante exploiteert een zorgcentrum en verleende ondersteuning aan cliënten die een persoonsgebonden budget (pgb) ontvingen op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen herzag op 25 juli 2017 deze pgb's, waarbij werd bepaald dat cliënten het pgb niet meer mochten besteden aan ondersteuning bij appellante vanwege onvoldoende kwaliteit en veiligheidsrisico's.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend. De besluiten waren immers rechtsgeldig bekendgemaakt aan de cliënten en appellante was tijdig op de hoogte gesteld van de besluiten via gesprekken, e-mails en civiele procedures. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid.
In hoger beroep stelde appellante dat zij destijds nog geen belanghebbende was en dat zij het besluit pas in april 2019 had ontvangen, waardoor het bezwaar tijdig was. De Raad oordeelde echter dat appellante vanaf het begin belanghebbende was en dat de besluiten rechtsgeldig aan de cliënten waren bekendgemaakt. Het bezwaar was derhalve te laat en niet verschoonbaar. De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de herziening van het pgb is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.