ECLI:NL:CRVB:2022:1755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en vergoeding proceskosten en reiskosten in Ziektewetzaak
Appellante kreeg aanvankelijk een Ziektewetuitkering toegekend, die het UWV later stopzette op grond van vermeend onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde vast dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en kende beperkte proceskosten en reiskosten toe.
In hoger beroep wijzigde het UWV het besluit en erkende het recht op Ziektewetuitkering ook na 13 april 2020. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het eerdere besluit en de rechtbankuitspraak voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. De Raad oordeelde dat appellante belang had bij het hoger beroep vanwege onvolledige vergoeding van haar kosten.
De Raad verwierp het betoog dat het forfaitaire proceskostenstelsel in strijd is met het EVRM en vond geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken. Wel stelde de Raad vast dat het UWV verzuimd had reiskosten voor het verschijnen bij de hoorzitting te vergoeden en bepaalde dat deze alsnog vergoed moeten worden. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd, reiskosten en proceskosten worden aan appellante vergoed en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente.