Uitspraak
22.732 AOW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak inzake de korting op zijn AOW-pensioen vanwege niet-verzekerde jaren in het buitenland. Hij stelde dat uit overgelegde uitkeringsspecificaties blijkt dat er premie volksverzekeringen is ingehouden op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering, wat volgens hem aanleiding zou moeten zijn voor herziening.
De Raad heeft onderzocht of aan de wettelijke voorwaarden voor herziening is voldaan, zoals opgenomen in artikel 8:119 Awb Pro. De Raad oordeelde dat de overgelegde specificaties niet aantonen dat er daadwerkelijk premie volksverzekeringen is betaald en dat de feiten niet nieuw zijn in de zin dat zij niet eerder bekend konden zijn. Ook is niet aannemelijk dat deze feiten tot een andere uitspraak zouden leiden.
De Raad benadrukte dat het herzieningsverzoek niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak te betwisten. Verzoeker is tijdens de zitting gewezen op de procedure en mogelijkheid tot het indienen van stukken, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Daarom is het verzoek om herziening afgewezen en zijn geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2022.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak zouden leiden.