Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep van appellant tegen het besluit van 20 maart 2019 niet-ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds 2014 en werd onderzocht na een signaal over een voertuig met mogelijke hoge waarde. Uit het onderzoek bleek dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde met X, wat gevolgen had voor de rechtmatigheid van de bijstand. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
Het college herzag het besluit gedeeltelijk en handhaafde alleen de intrekking van de bijstand, maar niet de terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond voor een deel van de periode, omdat appellant volgens de rechtbank procesbelang had.
In hoger beroep stelde het college dat appellant geen procesbelang had, omdat geen boete of waarschuwing was opgelegd en de terugvordering niet gehandhaafd werd. De Raad oordeelde dat het belang van appellant niet voldoende was, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke beoordeling van het beroep vond niet plaats.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.