Uitspraak
21 2154 ZW
27 mei 2021, 20/3630 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
mr. J.M. Breevoort.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig steigerbouwer, kreeg na ziekte een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en niet zelfredzaam was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidsdeskundige passende functies had geselecteerd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde nieuwe medische informatie aan.
De Raad concludeert dat deze nieuwe informatie niet relevant is voor de datum in geschil en bevestigt dat de beperkingen juist zijn vastgesteld. Ook oordeelt de Raad dat het UWV de geschiktheid van de functies voldoende heeft gemotiveerd en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in een functie geplaatst kan worden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.