ECLI:NL:CRVB:2007:BC1691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trok deze uitkering per 5 november 2003 in, omdat appellante toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar stelde het Uwv de intrekking uit tot 16 november 2004, waarna de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betwistte appellante de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de beperkingen in sociaal en persoonlijk functioneren niet als extra belemmeringen kunnen worden meegewogen bij de passendheid van functies. De vergelijking van het maatmaninkomen met het loon in de geselecteerde functies leidde tot een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht de WAO-uitkering introk per 16 november 2004. Er was geen aanleiding om het oordeel over de belastbaarheid te herzien, mede gelet op de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 16 november 2004 wordt bevestigd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.