ECLI:NL:CRVB:2022:1983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over rechtmatigheid weigering IVA-uitkering wegens duurzaamheid arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt sinds 2015 een WGA-uitkering en stelt dat zij duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en recht heeft op een IVA-uitkering. Het UWV heeft dit geweigerd op basis van een medische beoordeling waarin een fictieve Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zonder urenbeperking is opgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep meent dat met behandeling verbetering mogelijk is, waardoor volledige duurzame arbeidsongeschiktheid ontbreekt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, waarna het UWV aanvullende rapportages overlegde. De rechtbank stelde vervolgens het besluit in stand, met de overweging dat het beoordelingskader was toegepast en de motivering voldoende was. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad stelt vast dat het UWV niet voldoende heeft gemotiveerd waarom in de fictieve FML geen urenbeperking is opgenomen, vooral gezien de combinatie van lichamelijke aandoeningen en ASS. De verzekeringsarts heeft onvoldoende toegelicht in hoeverre na verbetering van ASS-gerelateerde beperkingen nog een urenbeperking resteert vanwege andere aandoeningen.
De Raad draagt het UWV op binnen acht weken het gebrek te herstellen door een nieuwe, toereikende motivering te geven of een nieuwe beslissing te nemen. Hiermee wordt de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid nader beoordeeld in het kader van de Wet WIA.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen acht weken het gebrek in de motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid te herstellen.