Uitspraak
20.3669 WIA
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is eigenrisicodrager voor de WGA-uitkering van een werknemer die vanaf 2 januari 2017 werkzaam was en op 10 april 2017 uitviel. Het UWV kende aanvankelijk ziekengeld toe op grond van de no-riskpolis, maar stelde later vast dat de werknemer hier geen recht op had. Desondanks heeft het UWV de WGA-uitkering aan de werknemer vanaf 8 april 2019 op betrokkene verhaald.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard, stellende dat het UWV door de eerdere besluiten gerechtvaardigde verwachtingen had gewekt dat de werknemer onder de no-riskpolis viel, waardoor verhaal van de WGA-uitkering achterwege zou moeten blijven. Het UWV stelde in hoger beroep dat de toekenning van het ziekengeld evident onjuist was en dat betrokkene niet benadeeld was omdat zij geen loon hoefde door te betalen over de betreffende periode.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV weliswaar onjuiste toezeggingen heeft gedaan, maar dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het financiële belang van betrokkene. Betrokkene kon het risico van WGA-verhaal verzekeren en heeft geen schade door handelingen als gevolg van de gewekte verwachtingen. Het beroep van het UWV wordt gehonoreerd, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de WGA-uitkering verhalen.