Uitspraak
21 1846 TOZO
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) maar werd afgewezen omdat hij niet vóór 18 maart 2020 was ingeschreven in het handelsregister. De inschrijving vond pas plaats op 21 september 2020, wat niet voldoet aan de wettelijke voorwaarde uit artikel 2 van Pro de Tozo.
Appellant voerde aan dat hij vanaf februari 2020 als zelfstandige werkzaam was en dat het college het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel had geschonden. De Raad oordeelde dat er geen bewijs was van daadwerkelijke ondernemingsactiviteiten voor 18 maart 2020 en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat appellant wist van de inschrijvingsvoorwaarde en geen toezeggingen van het college kon afleiden.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant geen concreet gelijk geval kon aanwijzen en verschillen in uitvoeringspraktijk tussen gemeenten zijn toegestaan. Het verzoek om schadevergoeding en dwangsommen werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; TOZO-aanvragen terecht geweigerd wegens niet tijdige inschrijving en geen schending vertrouwensbeginsel.