ECLI:NL:CRVB:2022:2212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag vrijwillige AOW-verzekering wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft in 2017 en opnieuw in 2020 een aanvraag ingediend voor deelname aan de vrijwillige AOW-verzekering, welke beide keren door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) zijn afgewezen vanwege het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn van tien jaar.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het eerdere oordeel.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn en dat het besluit niet onmiskenbaar onjuist of evident onredelijk is. Het beleid van de Svb inzake overschrijding van de termijn is consistent toegepast. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht faalde eveneens.
De Raad concludeert dat de aanvraag terecht is afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor vrijwillige AOW-verzekering wegens het ontbreken van nieuwe feiten en het niet evident onredelijk zijn van het besluit.