ECLI:NL:CRVB:2022:2215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing drie aanvragen bijstand wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellante diende drie aanvragen om bijstand in als alleenstaande ouder, die alle werden afgewezen door het dagelijks bestuur Werk en Inkomen Lekstroom. De afwijzingen waren gebaseerd op onvoldoende duidelijkheid over haar vermogen, waaronder een schadevergoeding van ruim €39.000,- die zij ontving na een inbraak, en onduidelijkheid over de sieraden die zij in bezit had.
In het hoger beroep stelde appellante dat zij wel voldoende duidelijkheid had gegeven over haar financiële situatie en dat het dagelijks bestuur ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro had toegepast bij de derde aanvraag. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt welk deel van het verzekeringsgeld zij daadwerkelijk kon gebruiken en welke sieraden zij bezat, mede door tegenstrijdige verklaringen van haar en haar zoon.
De Raad bevestigde dat het dagelijks bestuur terecht de aanvragen heeft afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de medewerkingsplicht en onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie. De toepassing van artikel 4:6 Awb Pro was correct en de Raad zag geen reden om de eerdere uitspraken van de rechtbank te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van drie bijstandsaanvragen wegens onvoldoende financiële duidelijkheid.