ECLI:NL:CRVB:2022:2238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellant ontving sinds 2015 bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad. Na een periodiek heronderzoek en analyse van bankafschriften en Marktplaatsadvertenties ontstond het vermoeden dat appellant niet woonachtig was op het uitkeringsadres in de gemeente. Een huisbezoek werd geweigerd, waarna het college de bijstand introk en terugvorderde.
Vervolgens voerde het college aanvullend onderzoek uit, waaronder buurtonderzoeken bij het uitkeringsadres en het adres van X, de moeder van appellant's kinderen. Deze verklaringen toonden aan dat appellant vrijwel niet op het uitkeringsadres verbleef, maar wel frequent op het adres van X in een andere gemeente. Ook bankafschriften en IP-adresgegevens ondersteunden deze conclusie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college voldoende en toereikend bewijs heeft geleverd dat appellant niet zijn woonplaats in de gemeente had, waardoor de intrekking en terugvordering van de bijstand terecht zijn. Andere beroepsgronden behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.