Appellante had een indicatie voor zorgzwaartepakket VV07, omgezet in zorgprofiel VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg. Het CIZ trok deze indicatie ambtshalve in en stelde een ander zorgprofiel vast, met als reden dat de ernst en frequentie van gedragsproblemen niet langer een intensieve zorgvraag rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het intrekken van de indicatie onterecht was en dat zij nog steeds aangewezen was op het oorspronkelijke zorgprofiel. Het CIZ verdedigde het besluit met aanvullend medisch advies.
De Raad oordeelde dat het door het CIZ uitgevoerde onderzoek niet voldeed aan de vereisten om vast te stellen dat de verzekerde niet langer op de geïndiceerde zorg was aangewezen. Het besluit was onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, waardoor vernietiging op zijn plaats was. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en droeg het CIZ op binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd CIZ veroordeeld in de proceskosten van appellante.