ECLI:NL:CRVB:2022:2296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden van 209 uur per jaar
Appellant, rolstoelafhankelijk door een dwarslaesie, ontving van het college een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden van 339 uur per jaar. Na een verzoek om verlenging werd dit teruggebracht naar 209 uur per jaar, verdeeld over basis- en aanvullende uren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze vermindering ongegrond, omdat appellant zelf in staat werd geacht maaltijden te bereiden en geen medische onderbouwing leverde dat een maaltijdvoorziening onvoldoende zou zijn.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij extra uren nodig had vanwege zijn dieet en lichamelijke gesteldheid, en dat de maaltijdvoorziening niet voldeed aan zijn behoeften. De Raad onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellant niet had aangetoond dat de verstrekte uren onvoldoende waren of dat de maaltijdvoorziening niet passend was.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 oktober 2022.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van 209 uur hulp bij het huishouden per jaar en wijst het hoger beroep van appellant af.