Uitspraak
20 4377 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
- de bijstand van appellant met ingang van 10 april 2019 ingetrokken;
- de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 31 augustus 2016 tot en met 28 februari 2019 teruggevorderd, over de periode tot en met 31 december 2018 bruto en over 2019 netto, en
- de in 2017 en 2018 verstrekte bijdragen van € 150,- op grond van de minimaregeling ‘Meedoen is belangrijk’ (minimabijdragen) teruggevorderd.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- herroept het besluit van 9 oktober 2019 voor zover het betreft de hoogte van de terugvordering, stelt het bedrag van de terugvordering over de periode van 31 augustus 2016 tot en met 28 februari 2019 vast op € 29.522,73 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het door de rechtbank vernietigde besluit van 16 oktober 2019 voor zover het betreft de hoogte van de terugvordering;
- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.518,-;
- bepaalt dat het college het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht ter hoogte van € 131,- vergoedt.