ECLI:NL:RBNHO:2024:2287
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand na verkrijging erfenis ondanks menselijke maat
Eiser ontving sinds 2018 bijstand en kreeg in 2022 een erfenis van €37.500, na het overlijden van zijn tante in oktober 2021. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terugbetaling over de periode vanaf het overlijden, omdat eiser toen aanspraak had op de erfenis, ook al was het bedrag toen nog niet bekend.
Eiser betoogde dat terugvordering onrechtvaardig is omdat hij pas later wist van de erfenis en daarop kon anticiperen, en verwees naar de menselijke maat. Verweerder stelde dat terugvordering wettelijk is toegestaan vanaf het moment van overlijden, conform de Participatiewet en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat terugvordering op grond van de wet en jurisprudentie terecht is, maar dat verweerder geen belangenafweging had gemaakt, wat een belangrijk besluitvormingsgebrek is. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat verweerder ter zitting aannemelijk maakte dat een belangenafweging niet tot een ander resultaat leidt.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser. De menselijke maat kan een rol spelen bij belangenafwegingen, maar harde effecten waren in deze zaak niet aangetoond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder moet proceskosten en griffierecht vergoeden.