Appellant ontving bijstand van het college en later een WIA-uitkering van het UWV over deels overlappende perioden. Het college vorderde terugbetaling van bijstand wegens samenloop met de WIA-uitkering. Het UWV betaalde bedragen rechtstreeks aan het college op basis van artikel 60a, tweede lid, van de Participatiewet (PW).
Appellant stelde dat het college niet bevoegd was tot terugvordering omdat hij niet over de WIA-uitkering kon beschikken en dat hij onvoldoende rechtsbescherming had tegen de verrekening. De Raad oordeelde dat het college wel een terugvorderingsbesluit moet nemen waartegen rechtsmiddelen openstaan, waarna het UWV op verzoek van het college het bedrag rechtstreeks kan betalen. De correspondentie tussen UWV en college is niet gericht op rechtsgevolg voor appellant.
De Raad bevestigde de rechtbankuitspraken dat de terugvorderingen en verrekeningen correct waren, hoewel sommige gronden van de rechtbank onjuist waren. De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe met € 500 en veroordeelde de Staat in proceskosten. Verzoeken tot schadevergoeding wegens wettelijke rente werden afgewezen.