Uitspraak
18 642 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 126,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg bijzondere bijstand voor reiskosten toegekend, die het college later terugvorderde omdat de kosten niet feitelijk waren gemaakt. Het college stelde een maandelijkse aflossing vast zonder rekening te houden met woonkosten, wat onjuist was. Hoewel appellante het bedrag inmiddels had terugbetaald, had zij nog belang bij een correcte vaststelling van de aflossingscapaciteit en een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar.
De rechtbank vernietigde het besluit over het aflossingsbedrag maar liet de rechtsgevolgen in stand, wat de Raad vernietigt. De Raad oordeelt dat het college het bezwaar opnieuw moet behandelen met inachtneming van de juiste aflossingscapaciteit. Daarnaast bevestigt de Raad dat het college terecht een verzoek om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen heeft afgewezen, omdat een adviescommissie was ingesteld en de beslistermijn daardoor twaalf weken bedroeg.
Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen omdat niet vaststaat dat appellante schade heeft geleden. De Raad bepaalt dat beroep tegen de nieuwe beslissing slechts bij de Raad kan worden ingesteld en vergoedt het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het terugvorderingsbesluit in stand liet en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen met correcte aflossingscapaciteit.