Uitspraak
21 2065 WAO
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Het Uwv heeft vervolgens de betaling van de WAOuitkering per 1 november 2019 geschorst.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2007 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na voorlopige hechtenis en een strafrechtelijke veroordeling in 2014 werd hem een gevangenisstraf en tbs met voorwaarden opgelegd. In 2016 werd de tbs-maatregel omgezet in tbs met dwangverpleging, waarna het Uwv de WAO-uitkering beëindigde vanwege vrijheidsontneming.
Appellant betwistte dat de omzetting van tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging als vrijheidsontneming moet gelden, en stelde dat het vonnis uit 2014 en de beslissing uit 2016 los van elkaar moeten worden gezien. De rechtbank oordeelde echter dat de strafkamer in 2014 de strafbaarheid vaststelde en dat de omzetting in 2016 voortvloeit uit die strafzaak, waardoor vrijheidsontneming aanwezig is.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat de WAO-uitkering terecht werd beëindigd per 1 februari 2020. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Hiermee is het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant is terecht beëindigd per 1 februari 2020 vanwege oplegging van tbs met dwangverpleging en gevangenisstraf.