Appellante had een AIO-aanvulling aangevraagd en ontvangen, waarbij de Svb rekening hield met een fictief Russisch pensioen. De Svb schortte en trok de AIO-aanvulling op grond van het niet volledig verstrekken van informatie over het pensioen op, en vorderde eerder toegekende bijstand terug. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Svb niet in redelijkheid gebruik had gemaakt van haar opschortingsbevoegdheid omdat het pensioen reeds schattenderwijs was verwerkt in de berekening.
De Raad stelde vast dat de Svb het recht op AIO-aanvulling over de periode 13 januari 2015 tot en met 12 juni 2016 schattenderwijs kon vaststellen en dat het niet verstrekken van aanvullende informatie niet rechtvaardigde om de bijstand in te trekken of terug te vorderen. Daarnaast bevestigde de Raad dat de herziening van de AIO-aanvulling wegens wijziging van het aantal kostendelers terecht was.
Verder werd het beroep tegen de afwijzing van taxikostenvergoeding verworpen, omdat appellante niet had aangetoond dat openbaar vervoer niet mogelijk was. De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak bevestigt het belang van proportionaliteit bij het toepassen van dwangmiddelen door bestuursorganen.