ECLI:NL:CRVB:2022:2709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente Zaanstad
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad, maar deze werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk kon maken dat hij zijn woonplaats binnen de gemeente had tijdens de relevante periode van maart tot juni 2019.
De Raad stelde vast dat appellant sinds december 2018 geen toegang meer had tot zijn woning in Zaanstad en dat hij na zijn voorlopige hechtenis verbleef bij familie en op een camping buiten de gemeente. Hoewel appellant een briefadres in Zaanstad had, was dit niet zijn hoofdverblijf. Uit verklaringen en betalingsgegevens bleek dat hij voornamelijk in Amsterdam verbleef.
De Raad oordeelde dat het recht op bijstand afhankelijk is van het hebben van een woonplaats in de gemeente, bepaald aan de hand van het hoofdverblijf en daadwerkelijke verblijf. Aangezien appellant dit niet kon aantonen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonplaats in de gemeente Zaanstad had.