ECLI:NL:CRVB:2022:46
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na overlijden betrokkene
Appellant, de erfgenaam van betrokkene, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden gegrond verklaarde. Tijdens de procedure overleed betrokkene. De gemachtigde, broer van betrokkene, zette het hoger beroep voort namens de erfgenaam.
De Raad oordeelde dat procesbelang alleen aanwezig is als het nastreven van het resultaat daadwerkelijk betekenis heeft voor de indiener. Uit een verklaring van erfrecht bleek dat de zoon van betrokkene de enige erfgenaam is, en uit een brief van de gemachtigde bleek dat de erfenis niet belast mag worden met proceskosten. Hierdoor had appellant feitelijk geen belang meer bij de procedure.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.