Uitspraak
[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Inleiding
Beslissing
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een werkgever, maakte beroep tegen een besluit van het UWV waarin werd bepaald dat aan haar geen loonsanctie wordt opgelegd omdat de wettelijke termijn van 104 weken na ziekmelding was verstreken. De werkneemster had bezwaar gemaakt tegen het niet opleggen van de loonsanctie, dat bezwaar werd deels gegrond verklaard, maar de loonsanctie werd niet alsnog opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen voldoende procesbelang heeft bij haar beroep, omdat het resultaat dat zij nastreeft – het voorkomen van een loonsanctie – feitelijk al is bereikt en het bestreden besluit geen gevolgen meer heeft voor toekomstige besluitvorming. Ook een mogelijk toekomstig verzoek om schadevergoeding door de werkneemster aan eiseres is onvoldoende concreet om procesbelang aan te nemen.
Eiseres voerde aan dat haar eer en goede naam als werkgever worden aangetast door het besluit, maar de rechtbank acht dit niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld een huisverbod dat een publiekelijke afwijzing inhoudt. Er is geen sprake van een publiekelijk uitstralend effect en eiseres heeft geen schade gesteld.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 14 maart 2024 en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende procesbelang.