ECLI:NL:CRVB:2022:496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellante, afkomstig uit Suriname, diende in 2012 een aanvraag om bijstand in die werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 11 WWB Pro. In 2017 verzocht zij om herbeoordeling van het recht op bijstand, verwijzend naar het arrest ChavezVilchez dat volgens haar een afgeleid verblijfsrecht aan haar zoon verleent.
Het college weigerde het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, omdat het arrest geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Appellante heeft geen concrete feiten over haar woon- en leefsituatie aangevoerd en woont inmiddels in België. De Sociale verzekeringsbank erkende in een schikking dat appellante recht had op kinderbijslag, maar dit bindt het college niet voor de beoordeling van het verblijfsrecht.
De Raad oordeelt dat het college zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat er geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is en dat de afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.