ECLI:NL:CRVB:2022:613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële hulp voor auto op grond van dienstverbandaandoening militair
Appellant, een voormalig militair met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) erkend als dienstverbandaandoening, verzocht om financiële hulp bij de aanschaf van een auto vanwege mobiliteitsproblemen. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat appellant niet voor alle vervoer afhankelijk is van een auto, wat medisch werd onderbouwd door verzekeringsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen voortvloeiend uit de PTSS niet leiden tot het toekennen van de voorziening en dat er geen medische onderbouwing was dat appellant geen gebruik kon maken van taxi's. Appellant stelde in hoger beroep dat er aanwijzingen waren voor een psychotisch toestandsbeeld, wat nader medisch onderzoek zou rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep verwierp dit betoog omdat het bestaan van een psychotisch toestandsbeeld niet is erkend als dienstverbandaandoening en de resultaten van eventueel nader onderzoek ver verwijderd zijn van de peildatum. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen financiële hulp bij aanschaf auto toegekend.