ECLI:NL:CRVB:2022:791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens misbruik van recht na herhaalde schadeverzoeken
Appellant was sinds 1990 eervol ontslagen en heeft sindsdien herhaaldelijk verzocht om vergoeding van schade door verlies van werk. Deze verzoeken zijn steeds afgewezen en door de rechter bevestigd, waaronder uitspraken van de Raad in 1993, 2001, 2007 en 2013. In 2019 diende appellant opnieuw een schadeverzoek in zonder nieuwe feiten of omstandigheden te noemen.
Het college wees het verzoek af en verklaarde het daarop volgende bezwaar niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellant de bevoegdheid tot bezwaar zodanig evident zonder redelijk doel aanwendde dat sprake was van kwade trouw.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het herhaaldelijk indienen van hetzelfde verzoek zonder nieuwe feiten, na jarenlange rechtsgang, misbruik van recht vormt. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.