Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verzoeker in de proceskosten van het college tot een bedrag van € 1.814,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, sinds 1987 in dienst van de Universiteit Utrecht, werd per 1 juli 2008 ontslagen na opheffing van zijn functie binnen een reorganisatie. De Raad bevestigde in 2013 het ontslagbesluit. Verzoeker diende vijf eerdere verzoeken om herziening in, die allen werden afgewezen. Ondanks een advies van de Raad om geen zesde verzoek in te dienen, diende verzoeker dit toch in.
De Raad oordeelt dat het verzoek gebaseerd is op oude, reeds bekende stukken en argumenten die eerder zijn behandeld. Verzoeker heeft tientallen procedures gevoerd die allen verband houden met het ontslag en de reorganisatie. De Raad stelt dat het indienen van het zesde verzoek misbruik van procesrecht inhoudt, omdat het evident zonder redelijk doel is en blijk geeft van kwade trouw.
Daarom verklaart de Raad het verzoek niet-ontvankelijk en veroordeelt verzoeker in de proceskosten van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht. Het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het zesde verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.