ECLI:NL:CRVB:2022:825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens vermeende examenfraude niet gerechtvaardigd; ontslagbesluit vernietigd
Betrokkene was werkzaam als docent bij een stichting en werd ontslagen wegens vermeende examenfraude bij het nakijken van een herexamen. De stichting stelde dat betrokkene willens en wetens een onjuist antwoord had goedgekeurd, wat leidde tot het slagen van een leerling. Betrokkene werd geschorst en ontslagen wegens plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de stichting onzorgvuldig was en dat het plichtsverzuim niet aannemelijk was. De stichting ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de stichting niet aannemelijk had gemaakt dat betrokkene bevoegd was om het antwoord niet goed te keuren, noch dat het antwoord zonder twijfel fout was. De discussie tussen betrokkene en collega’s toonde juist twijfel over de interpretatie van de examenvraag.
Ook de subsidiaire ontslaggrond van een vertrouwensbreuk werd verworpen, omdat deze enkel gebaseerd kon zijn op de situatie op 21 juni 2019 en herplaatsing elders niet was uitgesloten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de stichting tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens vermeende examenfraude wordt vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.