Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
[werkgever]uit [plaats] (werkgever)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte en zwangerschap. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat. De rechtbank toetste of het UWV de wet correct had toegepast en of het medisch onderzoek zorgvuldig en begrijpelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zowel in de primaire als in de bezwaarfase een telefonisch spreekuur hielden en voldoende medische informatie hadden om een zorgvuldige beoordeling te maken. Een fysiek spreekuur was volgens hen niet noodzakelijk. De medische rapporten waren consistent en begrijpelijk. De rechtbank vond geen aanleiding om aan te nemen dat de beperkingen van eiseres waren onderschat, ondanks haar klachten en aanvullende medische stukken.
Ook de arbeidskundige beoordeling, waarin drie voorbeeldfuncties werden geselecteerd, werd als passend en goed gemotiveerd beschouwd. De functies overschreden de beperkingen niet en waren geschikt voor eiseres. De mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 18,09%, ruim onder de vereiste 35%. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en kreeg eiseres geen WIA-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.