ECLI:NL:CRVB:2023:110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand als alleenstaanden, maar een onderzoek toonde aan dat zij in de periode van juni 2018 tot november 2019 een gezamenlijke huishouding voerden. Uit verklaringen, verbruiksgegevens en waarnemingen bleek dat zij hun hoofdverblijf op hetzelfde adres hadden en zorg voor elkaar droegen, ondanks het ontbreken van financiële verstrengeling.
Het college van burgemeester en wethouders van Veendam herzag daarom de bijstand en vorderde te veel betaalde bedragen terug, omdat appellanten niet hadden gemeld dat zij samenwoonden. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen voldoende grondslag bieden voor de vaststelling van een gezamenlijke huishouding en dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden. De herziening van de bijstand is verplicht en er is geen ruimte voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De terugvorderingen en hoofdelijke aansprakelijkheid worden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding.