ECLI:NL:RBZWB:2025:1035
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving sinds 2011 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande en stond ingeschreven op een adres waar ook haar dochter woonde. De gemeente De Bevelanden trok haar uitkering per 1 februari 2023 in, omdat zij samen met de heer [de vader] een gezamenlijke huishouding zou voeren, en vorderde de ten onrechte ontvangen uitkering terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen deze besluiten. Uit onderzoek, waaronder heimelijke waarnemingen, buurtonderzoek en huisbezoeken, bleek dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van de heer [de vader] lag op het uitkeringsadres, waar ook eiseres woonde. Dit leidde tot het oordeel dat sprake was van een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3, vierde lid, onder b, van de Participatiewet.
Eiseres had dit moeten melden, waardoor zij de inlichtingenplicht schond. De terugvordering werd daarom terecht opgelegd. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen dringende redenen had aangevoerd om van terugvordering af te zien. Het beroep tegen de boete en de besluiten betreffende de heer [de vader] werd niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen de overige besluiten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete en besluiten betreffende de partner is niet-ontvankelijk; het beroep tegen de overige besluiten is ongegrond verklaard.