ECLI:NL:CRVB:2023:1104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent bevestigd
Appellant, laatst werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen met aangepaste functies.
Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat het medisch onderzoek in bezwaar onzorgvuldig was, omdat het door een arts in opleiding was gedaan, en dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen niet voldoende waren meegewogen. Het UWV handhaafde het besluit na een hernieuwde beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek in bezwaar voldoende zorgvuldig was, mede doordat het rapport medeondertekend was door een geregistreerd verzekeringsarts. De psychische en lichamelijke beperkingen waren adequaat beoordeeld en de geselecteerde functies waren passend.
Het hoger beroep slaagde niet, waardoor het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering met ingang van 30 juni 2019 in stand bleef. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.